top of page

Moed zonder risico

Leiden, november 2025


Het is dag twee van de vijfdaagse masterclass Systemisch Leiderschap en we zijn bezig met een check-in waarin iedereen deelt hoe hij of zij erbij zit. Ik ben de enige deelnemer die niet eerder een traject bij dit instituut heeft gevolgd en ik moet steeds wennen aan de gebruiken en manieren van praten hier. Gisteren wilde ik aan het einde van de dag mijn jas pakken, maar het werd mij subtiel duidelijk gemaakt dat het normaal was om eerst iedereen een knuffel te geven. “Wij knuffelen hier.” Ik ben niet zo knuffelig met onbekenden, maar ik voelde de druk om fijn mee te doen. Op de fiets naar het station vroeg ik me af of ik morgen – vandaag – nogmaals “nee, bedankt” zou durven zeggen of voor geen gedoe zou gaan.


Een nieuwe dag dus, en ik heb - na grondig overleg met mijn vriendin - besloten zo min mogelijk op te vallen. Ik zit in een retro kuipstoel, weggestopt tegen de muur, en kijk zo rustig mogelijk om me heen. Ik ben extreem zen verdorie. De vloer van de grote rechthoekige zaal is bedekt met lichtbeige stoffen vloertegels met daarop een kunstzinnig, veelkleurig kleed. Aan de overstaande muur hangen drie vilten kleden die het geluid dempen. De kuipstoeltjes, bekleed met bijpassende beige stof en met een her en der een speels okerkleurig kussentje, staan in een groot ovaal. In de ruimte ruikt het naar de pompoensoep die wordt gemaakt in de aangrenzende keuken. Door de schuifdeuren hoor ik zachtjes het personeel met elkaar praten. Negentien witte deelnemers op sokken kijken met begripvolle blikken naar een ielige man in een dikke wollen trui die een zelfgemaakt gedicht voordraagt.


“Bedankt, Jan,” zegt de intens serieus kijkende trainer aan de kop van de cirkel. Dat hij een belangrijke man is binnen dit instituut wordt op vele manieren duidelijk gemaakt. Hij draagt een blouse en een vest en kijkt intens tevreden. Hij speelt de rol van bescheiden wijze goeroe, waar iedereen naar op zoek is. Instemmend knikken de deelnemers terwijl ze “mooi” prevelen. “Ik heb het in de trein geschreven. Ik vind het spannend om voor te lezen,” zegt deelnemer Jan zachtjes, terwijl hij zenuwachtig aan zijn wollen sokken plukt. “Nou Jan, je hebt hier duidelijk talent voor. Wil iedereen die Jans talent wel zou willen hebben, gaan staan?” vraagt de trainer terwijl hij de kring indringend rondkijkt.


Iedereen gaat staan.


Behalve ik.


“Oww, eikel. Doe niet zo moeilijk." gaat het door mijn hoofd. "Als je gaat staan, ben je overal van af. Je hoeft niet eerlijk te zijn.” Ik voel me opgelaten en het zweet breekt me aan alle kanten uit. Ik zie dat het gedicht voor Jan veel betekent, maar ik hoef zijn talent niet. Ik ben hier voor andere leerdoelen. Daarnaast vond ik het een vrij matig gedicht. De blik van de trainer, die ook is gaan staan, gaat langzaam in het rond. “Kijk eens goed rond, Jan, en laat het binnenkomen.” Jan kijkt vluchtig rond. “Doe het rustig aan, Jan. Voel het. We willen allemaal wel jouw talent. Adem dit maar diep in.”


Ik probeer zo diep mogelijk weg te zakken in het kuipstoeltje en kijk onderzoekend naar het vilten kleed om zo min mogelijk op te vallen. Misschien straks toch maar iedereen een knuffel geven om het goed te maken?



Er was geen moed nodig om bij mijn principes te blijven. Toch? Ik liep werkelijk nul risico in deze situatie, op wat dan ook. Allemaal lieve mensen die me fysiek niets zouden aandoen – hooguit bedreigen met romige pompoensoep of een vilten kussentje – ik kon elk moment weglopen, en ook sociaal was er weinig risico: ik zou deze mensen drie dagen later nooit meer hoeven te zien. En toch… ik voelde een immense druk om leuk mee te doen en ook te gaan staan. Ik wil dit niet direct als een moedig moment typeren, maar ik besefte me op dat moment wel dat afwijken nogal wat vraagt. Afwijken vraagt blijkbaar moed.


Ik zie wekelijks deelnemers van leiderschapstrainingen hiermee worstelen. Bijna niemand durft zich uit te spreken, en bijna iedereen frustreert het dat er maar niets gebeurt… “Hoe kan ik ervoor zorgen dat mensen naar me luisteren?” is een veelgenoemd leerdoel, maar het simpele begin van je uitspreken durft bijna niemand. Je zou er moedeloos van worden. Als ik vraag waarom ze hun mond niet opendoen, is in 95% van de gevallen het antwoord: “Ik ben bang voor conflict” en “Ik wil aardig gevonden worden.”


Ik was in deze vilten ruimte niet op zoek naar vriendschap en heb vaak niet zo’n moeite met conflictjes. Het is zelfs een kernonderdeel van mijn werk als teamcoach en innovator. En toch… ik wilde niet te veel afwijken. Ik wilde gewoon een fijne week zonder gedoe, en wat leren. Het raakte me meer dan je zou verwachten bij iemand met mijn profiel. Pas twee dagen later durfde ik te zeggen dat ik ging stoppen. Ik wilde geen party pooper zijn. Wat had ik nodig gehad om meer mijn eigen koers te volgen?


Ik denk dat meer diversiteit en humor in de groep mij enorm hadden geholpen. Een iets minder - drukkend - lieve omgeving (luister ook de podcast van Eline). Een plek waarin afwijken een vanzelfsprekendheid is in plaats van iets bijzonders waar meteen veel aandacht naartoe gaat. Dus een plek waar geen moed nodig is om af te wijken. Dat zou in dit geval iets betekenen in de samenstelling van de groep, het actief waarderen van verschil en het lachen om het dramatische ongemak waar andere deelnemers het bij de koffie in de pauze ook over hadden.

 

Comments


© 2026, RUTGER SLUMP, Utrecht

bottom of page