top of page

Uit angst om vrouw te zijn

Waar zou jij een boek over kunnen schrijven, maar je naam niet op de kaft durven zetten omdat je bang bent voor de gevolgen?

Die vraag bleef bij me hangen toen ik vorige week in Berlijn de installatie Someone Else – A Library of 100 Books Written Anonymously or Under Pseudonyms van Shilpa Gupta (2011) zag. De installatie bestaat uit honderd roestvrijstalen boeken, gebaseerd op boeken die anoniem of onder een pseudoniem zijn verschenen. Op ieder boek staat de naam van de auteur, of juist de reden waarom die naam verborgen bleef. Het maakte zichtbaar hoeveel vrijheid anonimiteit iemand kan geven om zich uit te spreken over onderwerpen die gevoelig liggen.


Foto: Someone Else – A Library of 100 Books Written Anonymously or Under Pseudonyms van Shilpa Gupta (2011)


George Orwell is een bekend voorbeeld. Zijn echte naam was Eric Arthur Blair, maar onder het pseudoniem George Orwell kon hij schrijven over politiek, armoede en sociale ongelijkheid. Het pseudoniem gaf hem ruimte om onderwerpen aan te kaarten die anders misschien grotere persoonlijke gevolgen voor hem zouden hebben gehad.

Terwijl ik daar tussen die honderd boeken stond, vroeg ik me af wat ik zelf zou schrijven als mijn naam niet op de kaft hoefde te staan. Waarover zou ik vrijuit schrijven als niemand het aan mij kon koppelen? En misschien nog interessanter: wat zegt het over ons als we daar meteen een antwoord op hebben, maar dat antwoord niet onder onze eigen naam zouden durven publiceren?


Die vraag raakt aan de gesprekken die we voor Project Moed voeren met professionals. Veel van hen weten heel goed wat ze zien en wat ze zouden willen zeggen. Ze zien dat bepaalde besluiten niet werken, dat gedrag niet klopt met de waarden die een organisatie uitdraagt of dat mensen vastlopen in systemen die ooit met de beste bedoelingen zijn ingericht. Toch spreken ze zich niet altijd uit. Niet omdat ze geen mening hebben of niet betrokken zijn, maar omdat ze heel goed begrijpen wat de mogelijke gevolgen kunnen zijn. Luister bijvoorbeelde de podcasts van Eline en Francisco.


Zwijgen als vorm van professioneel gedrag.

Het goedbedoelde advies dat daarbij vaak wordt gegeven is: choose your battles. Kies je momenten, maak niet overal een punt van en bewaar je energie voor de onderwerpen waarop je echt invloed kunt hebben. Dat advies kan verstandig zijn. Niemand kan en hoeft iedere strijd aan te gaan. Maar er zit ook een risico in. Wanneer we elkaar steeds adviseren om onze battles te kiezen, kunnen we ongemerkt een cultuur creëren waarin professionals steeds beter worden in het inslikken van wat ze eigenlijk zouden willen zeggen. Dan wordt zwijgen een vorm van professioneel gedrag.


En juist daar begint het voor mij interessant te worden. Want...

...wanneer is iets verstandig niet zeggen en wanneer houden we onszelf klein uit angst voor de consequenties?

...wanneer kies je bewust je moment en wanneer ben je vooral bezig met het beschermen van je positie?

...en hoeveel waardevolle ideeën, kritische vragen en noodzakelijke gesprekken blijven daardoor onzichtbaar?


Een persoonlijke afweging

De ruimte om je uit te spreken is niet voor iedereen hetzelfde. Wat bij de ene professional wordt gezien als daadkracht, kan bij een ander worden ervaren als dominant. Wat bij de een een scherpe analyse is, wordt bij de ander al snel gezien als lastig of te kritisch. Zeker voor vrouwen kan de afweging om je uit te spreken daardoor ingewikkeld zijn: hoe krachtig mag je zijn zonder als onaangenaam te worden gezien? Hoe kritisch kun je zijn zonder het label 'moeilijk' te krijgen? En hoeveel pas je jezelf aan voordat je nauwelijks nog zegt wat je werkelijk denkt?


Dat maakt moed ingewikkelder dan simpelweg 'je mond opentrekken'. Moed betekent niet dat je geen angst voelt of dat je geen rekening houdt met de mogelijke gevolgen. Soms is juist het bewust afwegen van die gevolgen onderdeel van moedig handelen. De vraag is alleen of we professionals vervolgens individueel verantwoordelijk maken voor de moed die een organisatie zelf onvoldoende ruimte geeft.


Moed in organisaties

Want we kunnen mensen wel oproepen om zich uit te spreken, maar als een organisatie afwijkende meningen vervolgens afstraft, heeft zo'n oproep weinig betekenis. Lees ook in eerdere blogs hierover. Moed ontstaat niet alleen in het individu. Moed wordt ook mogelijk gemaakt door de omgeving waarin iemand werkt: door leiders die kritiek kunnen verdragen, collega's die een afwijkende mening niet meteen persoonlijk maken en organisaties waarin je kunt zeggen dat iets niet werkt zonder dat daarmee direct je loyaliteit ter discussie staat.


Dat is ook waar we met Project Moed naar zoeken. Niet naar professionals die overal een strijd van maken, maar naar manieren waarop mensen ondanks de druk van bestaande systemen waarde kunnen blijven toevoegen aan zichzelf, hun organisatie en de samenleving. Soms door zich uit te spreken, soms door een andere route te kiezen en soms juist door een gesprek op een ander moment te voeren. Moed heeft verschillende vormen.



Comments


© 2026, RUTGER SLUMP, Utrecht

bottom of page