top of page

De spanning tussen ingrijpen en afwachten

Er is een dunne lijn tussen ingrijpen en afwachten, en die lijn wordt vaak pas zichtbaar op het moment dat je er al overheen bent gegaan. In het dagelijks leven, in werk, in creatie, maar ook in hoe we ons bewegen door een stad of een situatie, zijn we voortdurend bezig met die afweging: doe ik iets, of laat ik het zoals het is? En wat mij steeds meer opvalt, is dat die spanning zelden puur rationeel is. Het is een mengsel van intuïtie, angst, overtuiging en timing. Het werk van Ghost Pitur maakte dit voor mij heel concreet.


Ghost Pitur is een anonieme figuur uit Italië die ’s nachts door de stad trekt en muren overschildert waar graffiti of bekladding zit. Hij kiest niet voor debat of discussie over wat “mooi” of “storend” is in de publieke ruimte. Hij kiest voor actie. Een muur is op dat moment niet een gespreksonderwerp, maar iets wat wordt aangepast. En daarmee wordt hij automatisch onderdeel van een veel grotere vraag: wanneer is ingrijpen nodig, en wanneer moet je juist afblijven?


“Urban love.” (hangt Ghost Pitur bij zijn werk)

Die spanning is herkenbaar in veel situaties buiten de stad. We worden vaak beloond voor ingrijpen: oplossen, verbeteren, fixen. Tegelijkertijd krijgen we ook het signaal dat je niet te snel moet handelen, dat je eerst moet observeren, analyseren en begrijpen. Daardoor ontstaat een soort permanente vertraging in ons handelen. Afwachten voelt verstandig, ingrijpen voelt risicovol. Maar beide hebben gevolgen.


In mijn werk voor Project Moed sprak ik met improvisatie-expert Alieke van der Wijk (podcast) over precies dit spanningsveld. In improvisatie is er geen perfecte timing vooraf. Je handelt in real time, zonder volledige controle over wat er daarna gebeurt. Dat betekent dat afwachten en ingrijpen niet los van elkaar bestaan, maar voortdurend in elkaar overlopen. Niet handelen is ook een vorm van handelen, maar met een ander effect.


Toch is dat in de praktijk ingewikkeld. Want afwachten kan veilig voelen, maar ook verlammend worden. En ingrijpen kan krachtig voelen, maar ook te snel of ondoordacht. Het verschil zit vaak niet in de intentie, maar in het moment. En dat moment is zelden helder. Wat mij aan Ghost Pitur raakt, is dat hij die spanning niet oplost door te analyseren, maar door te kiezen. Hij wacht niet tot de situatie eenduidig is geworden. Hij handelt in een context die nog volledig open is voor interpretatie. Daarmee maakt hij zichtbaar dat er altijd een grensmoment is waarop afwachten overgaat in ingrijpen, en dat die grens niet objectief vastligt, maar verschuift met degene die handelt.En misschien is dat precies waarom deze spanning zo interessant blijft. Omdat er geen definitief juiste plek is om te staan. Alleen het voortdurende bewegen tussen kijken en doen, tussen laten en ingrijpen, tussen begrijpen en veranderen.


De vraag is dan niet of je moet ingrijpen of afwachten. De vraag is eerder: hoe verhoud je je tot dat moment waarop wachten geen neutraliteit meer is, maar ook een keuze wordt?



Comments


© 2026, RUTGER SLUMP, Utrecht

bottom of page