"Zelden zo'n grote onzin gehoord"
- rutgerslump
- Aug 8
- 3 min read
"Zelden zulke grote onzin gehoord." zei kunstenaar Wim T. Schippers het tegen toenmalige Koningin Beatrix. Natuurlijk een geinige ietwat brutale opmerking maar meer dan doen we de situatie te kort: In één zin kantelt de verhouding tussen macht en degene die spreekt. De koningin staat even niet bovenaan. Iemand spreekt haar gewoon tegen. Juist daarin zit iets wezenlijks: kunst kan ons laten ervaren hoe het voelt om de vanzelfsprekendheid van macht te doorbreken. Dat is precies waar parrhesia over gaat: de moed om de waarheid te spreken tegen degene die macht heeft, ook als dat risico's met zich meebrengt.
Video: Wim T Schippers spreekt koningin Beatrix aan.
Waarom kunst ons iets leert over moed
Misschien is dat wel een van de belangrijkste functies van kunst. Niet om antwoorden te geven, maar om de vanzelfsprekendheden van een samenleving te verstoren.
Kunst maakt zichtbaar wat wij liever niet zien. Ze stelt vragen die ongemakkelijk zijn. Ze legt hypocrisie bloot zonder direct een oplossing aan te dragen. Goede kunst doet precies wat parrhesia doet: ze spreekt waarheden uit waarvoor nog geen veilige ruimte bestaat.
Dat is ook waarom autoritaire regimes kunstenaars zo vaak wantrouwen. Niet omdat kunst onmiddellijk de wereld verandert, maar omdat ze onze verbeelding verandert. En wie zich een andere werkelijkheid kan voorstellen, wordt minder afhankelijk van de bestaande.
De nar die de waarheid spreekt
Schippers doet iets bijzonders. Hij is geen activist en ook geen politiek denker. Hij gebruikt humor. Dat lijkt vrijblijvend, maar humor heeft een lange geschiedenis als veilige vorm van waarheidsvinding. De hofnar mocht zeggen wat niemand anders durfde te zeggen. Niet ondanks zijn grappen, maar dankzij zijn grappen.
Humor creëert ruimte. Ze ontwapent. Ze maakt het mogelijk om macht even niet vanzelfsprekend te vinden.
Dat maakt de uitspraak "Zelden zulke grote onzin gehoord" zoveel interessanter dan een belediging. Ze doorbreekt een ritueel van eerbied. Heel even ontstaat er een andere werkelijkheid waarin zelfs een koningin tegengesproken kan worden.
En opmerkelijk genoeg gebeurt er iets anders dan vernedering.
Er ontstaat plezier.
Moed is vaak verrassend licht
Binnen Project Moed onderzoeken we de vraag: kun je moed maken? Wat mij tijdens interviews opvalt, is dat moedige mensen opvallend vaak lachen. Niet omdat de situatie leuk is, maar omdat moed ook iets bevrijdends heeft. Wie eenmaal hardop zegt wat gezegd moet worden, ervaart soms juist lichtheid. Luister bijvoorbeeld eens naar de podcast met Francisco die de hiërarchie in een ministerie aanspreekt. Alsof de spanning die iedereen voelt eindelijk wordt doorbroken. Dat zie je ook bij Schippers. Zijn optreden is niet verbitterd. Het is speels. Juist daardoor blijft het hangen.
Misschien onderschatten we het belang van plezier wel. We denken vaak dat moed zwaar, heroïsch en dramatisch moet zijn. Maar soms is een glimlach voldoende om een systeem even uit balans te brengen.
En de organisatie?
In organisaties horen we vaak dat leiders graag tegengeluid willen. Toch weten medewerkers meestal feilloos waar de grenzen liggen. Niet omdat die op papier staan, maar omdat ze zichtbaar worden in wat er gebeurt met mensen die te eerlijk zijn.
Iedereen kent voorbeelden van collega's die "niet handig" waren, die "politieker hadden moeten zijn" of die uiteindelijk vertrokken.Daardoor ontstaat een paradox. Organisaties zeggen dat ze openheid waarderen, terwijl mensen leren dat veiligheid belangrijker is dan waarheid.
Parrhesia vraagt daarom niet alleen moed van degene die spreekt. Ze vraagt minstens zoveel moed van degene die luistert.Want echte tegenspraak verandert de machtsverhouding. En dat voelt zelden comfortabel.
Wie spreekt de waarheid?
Misschien hebben we daarom kunstenaars nodig.
Niet omdat zij altijd gelijk hebben, maar omdat zij ons laten oefenen met ongemak. Ze laten zien dat autoriteit niet heilig is en dat waarheid soms juist verschijnt op de plek waar iemand de vanzelfsprekendheid doorbreekt. Soms met een manifest. Soms met een schilderij. En soms met één droge zin: "Zelden zulke grote onzin gehoord." De vraag is uiteindelijk niet of wij zoiets ooit tegen een koning, directeur of bestuurder zouden zeggen.



Comments